U bent hier: >> Interview met Joke en Tineke

Interview met Joke en Tineke

‘Het ik moet iets brengen is omgeslagen in ontvangen’

Joke Harryvan en Tineke Van Alten, twee predikantsvrouwen van de uitgezonden zendelingen in Oekraïne. Ieder op hun eigen plek: echtgenote, moeder, maar ook beiden ondersteunend in het werk van hun mannen Cor Harryvan en Erik van Alten. Ze vertellen hoe het dagelijkse leven in Oekraïne verschilt met hun geboorteland Nederland en Zuid-Afrika.

Eredienst centraal

Joke: ‘Ik voel me minder predikantsvrouw dan in Nederland, Cor is als zendeling in die zin geen gewone predikant. Was hij in Nederland altijd ’s avonds weg, hier is hij eigenlijk altijd thuis.’ Ook Tineke beaamt dat: ‘Op zondag moest Erik zich in Zuid-Afrika altijd mentaal voorbereiden op de preek. Als ik wat wilde, moest ik wat regelen met familie of een oppas, maar hier in Oekraïne zijn we meer als gezin samen. Het is zondags zo’n stuk rustiger’. Joke ervaart dat ook: ‘Eigenlijk is zondag geen rustdag voor predikantsgezinnen, je kon nooit op visite want de erediensten stonden centraal’.

Betrokken bij het werk van de mannen

In het Mission Team wordt samengewerkt, voor de vrouwen is er een rol en inbreng. Joke: ‘Eén keer per maand komen we een hele dag samen. We hebben een taakverdeling: ik doe verslaglegging en correspondentie. Tineke: ‘Ik doe financiële taken en heb contacten met de kerken als verbinding tussen Nederland en Oekraïne. Het is mooi om betrokken te zijn bij het werk van onze mannen. We zijn immers ook als gezin uitgezonden voor het werk en delen op deze wijze zoveel meer. Die ondersteuning geeft betrokkenheid en bemoediging in het proces. Daarnaast zet het werk je aan tot nadenken: hoe ben je christen in een land waar je de taal niet goed beheerst? Dan is het fijn om dat in een Mission Team te kunnen delen. Joke: ‘Mensen kijken ook hoe je bent en je gedraagt. We zitten met mensen aan tafel die God niet kennen/kenden. Maar ze zien wel hoe je leeft en vooral hóe je met God leeft. In Oekraïne is het bijvoorbeeld niet gewoon om aan tafel de bijbel te lezen, de focus ligt op kerkdiensten’.

Een goede onderlinge klik

De steun aan elkaar is belangrijk. Tineke: ‘We zijn gezegend met elkaar. Niet allen in het werk, maar ook privé. We hebben een goede klik met ons vieren.  Eén keer per maand ontmoeten we elkaar op een ongedwongen manier en leven we met elkaar mee. Wat ik ook heel leuk vindt van de familie Harryvan is dat zij spontaan komen douchen als in hun wijk geen water is. En als er wat is dan bellen we met elkaar. We kunnen op elkaar rekenen’. ‘Ja er is een fijne, goede klik’, beaamt Joke: ’het is leuk om met elkaar op te trekken. Samen doen we vrijwilligerswerk bij Djerela, een dagcentrum voor gehandicapten’. Tineke: ‘Joke doet dit werk al langer en ik ben blij dat ik met haar mee kan, want de taal blijft een barrière voor mij.’

Het Oekraïense leven normaliseert

De oorlogssituatie in Oekraïne duurt voort, maar het lijkt ‘gewoon’ te worden. Joke: ‘Je denkt er niet zo vaak meer aan, maar op de Bijbelstudie horen we af en toe iets over de oorlog van een van de vrouwen, wiens man regelmatig naar het gebied gaat. Er worden nog steeds mannen opgeroepen voor de dienst, maar niet zoveel meer als een paar jaar geleden. Wel zijn hier overal gedenkplekken van gesneuvelden’.

Geen gemakkelijke pakjes, kaas of zachte bolletjes

Wonen in het buitenland betekent ook nieuwe dingen ontdekken en dingen uit je thuisland missen.  Bij de Harryvans staan pakken hagelslag en potten pindakaas in het keukenkastje. Joke: ‘Vroeger nam ik veel boodschappen mee uit Nederland, maar nu niet meer. Je gaat wennen aan het eten. Brood hier heet batton, wij noemden het beton! Je went aan de smaak. Wel mis ik het Nederlandse koekje. Hier zijn ze vaak droog, er zit weinig smaak aan. Ik heb soms zin in een gevulde koek of een lekker stukje kaas. Tineke zucht op de achtergrond: ‘Oh, ja, kaas!’ Tineke: ‘Ik mis de ‘easy mixen’, hier heb ik anders leren koken, meer op recept. Joke: ‘Hier zijn geen soeppakjes. Je staat hier gemakkelijk een uur in de keuken, omdat je het allemaal zelf moet snijden en ingrediënten bij elkaar moet zoeken’. Tineke: ‘Ik kan nu zelf bitterballen maken en worst met een worstmachine. Het brood is hier harder en ik mis de heerlijke zachte bolletjes.’ Joke: ‘In het begin toen we hier waren was het op bezoek gaan met de kinderen een drama. Ze lustten niks en het waren ook geen theedrinkers. Veel anders was er ook niet’.

God werkt in levens

Maar wat maakt Oekraïne voor deze vrouwen nu zo bijzonder? Joke: ‘Het leven als zendelingsgezin in Oekraïne is bijzonder:  je bent gevraagd iets te brengen, maar heel vaak ervaar je het tegenovergestelde. Er zijn veel mensen met bijzondere verhalen. God heeft al lang gewerkt in levens.

Tineke: ‘Het ik moet iets brengen is omgeslagen in ontvangen. Dat is het mooie van de zending: je ziet de Here werken op verschillende manieren. De mensen om je heen waren niet altijd christenen. Wij komen uit een land waar een christenpartij aan de macht was. Hoe groot is dat contrast? Hier begint het pas! Er zijn nog geen generaties die christen zijn. Onze culturen zijn daarin zo verschillend’. Joke: ‘Ja, zeg maar: niet te vergelijken. Wij hebben een ander beeld bij kerk-zijn en hoe kerk en gemeenschap eruit zien, daar denk je niet altijd bij na. Wij hebben er een beeld bij, ons beeld, omdat wij daar in opgegroeid zijn, hier hebben de mensen dat niet. Toch staan mensen in Oekraïne wel open voor het geloof, zelfs makkelijker dan in Nederland. Maar ze hebben wel hun eigen religieuze plaatje daarbij’. Tineke sluit af: ’De Here werkt op zijn manier, door culturen heen. Wij zien hoe Hij zijn werk in stand houdt, met geduld, liefde en genade voor iedereen die hem lief heeft. De Here is niet van ons afhankelijk en dat laat Hij ons zien met krachtige daden zowel op het zendingsveld als in onze thuislanden’.

 

NB: Het interview is in verkorte vorm opgenomen in het Jaarverslag 2017, een regionale uitgave van het magazine Oekraïne Zending, uitgave maart 2018.

 

Print Friendly, PDF & Email